Orkanen, die ellende brachten

02-01-2015 22:08
De orkanen die ellende brachten
door Theo Goossen Zevenaar

Inleiding
Ons vlakke, lage land trekt zelden profijt van de goede karaktereigenschappen van de weergoden. Alleen de lente en zomer staan de opperwezens deze door natuurkrachten opgespoten kleibult toe om zich te koesteren aan een sprankeltje warm zonlicht. Meestal moet het Nederland zich de grofste uitspattingen late gewilligen. In letterlijke zin dan. Hollanders zijn niet voor niets zo vertrouwd met water onder, boven en naast hen. Elk geschiedboek bevat wel een dramatisch epos, waarin huilerig verhaald wordt over levensgrote regendruppels, die huis en haard verwoestten.
Ook de Liemers bleef hiervan niet verschoond. Sinds mensenheugenis hebben haar bewoners vooral in de maanden rond de jaarwisseling het hoofd diep moeten buigen voor de kwade perikelen van de goddeloze goden. Zoals op die negende november 1800, toen een orkaan deze streek met beulshanden bewerkte.

Noodweer op 9 november 1800
“Onbeschrijfelijk groot is de ellende” schrijft Kreiseinehmer F.F.W. Böhme op 12 november 1800 paniekerig aan Freiherr Von Sonsfeld in Aspel. Drie dagen tevoren woedde in de Liemers van ’s middags twee uur tot ‘s avonds tien uur een heftige orkaan.
De schade aan behuizingen en goederen is enorm groot. “Huizen zijn omver geblazen. Schoorstenen en muren zijn ingestort. De oogst op de zolders is nat geworden, doordat de daken het begaven. Ze ligt nu te bederven. De inwoners, die vorig jaar in verband met de dijkdoorbraak aanspraak mochten maken op wederopbouwgelden voor hun woningen, moeten financieel ondersteund worden, aangezien de orkaan hen wederom verschrikkelijk getroffen heeft. Ik verzoek u ootmoedelijk gelden uit de Domainen Casse beschikbaar te stellen”. 
Böhme, de stipte en ijverige ambtenaar van het Ambt Liemers, beseft dat zonder financiële hulp van de overheid veel bewoners de gevolgen van deze zware natuurramp niet meer te boven komen.

Het noodweer op die negende novemberdag woedde inderdaad in alle hevigheid. Al in de morgen stak een venijnige wind op, die echter geen ongelukken veroorzaakte. “Maar”, vertelt burgemeester Gotthold Bötticher, de schoonvader van Böhme in zijn brief van 25 november aan Herr Krieges und Steuer Raht Ranitz in Emmerich, “met het uur Weerd de wind sterker. Tegen half drie barstte de windhoos los”. Volgens Bötticher richtte de orkaan veel schade aan. In tegenstelling met de feiten, die zijn schoonzoon Böhme opsomt, constateert de burgemeester geen ingestorte huizen. “Niemand kon meer de straat op zonder risico te lopen rondvliegende dakpannen op zijn hoofd te krijgen. Op sommige momenten dacht ik, dat de orkaan zou gaan liggen, maar plotsklaps stak ze dan weer in hevigheid op. Mensen zijn tijdens het noodweer gelukkig niet verongelukt. De materiële schade is echter zeer aanzienlijk. Alle huizen hebben schade geleden. De meeste hebben geen pan meer op het dak. Wonder boven wonder zijn echter geen huizen verwoest. De volgende morgen gaf één trieste aanblik. Nu drie weken later, hebben veel inwoners nog steeds geen pan op het dak. Provisorisch heeft men zijn huis met stro bedekt”.

Inventarisatie
De Liemersen gaan niet bij de pakken neer zitten. De Domainen Kammer geeft opdracht aan onder ander de boermeesters Ruth Rutjes en Gerd Bodde uit Duiven om alle geleden schade nauwkeurig te inventariseren. De inventarisatie moet een drietal zaken bevatten: de naam van de eigenaar of pachter van het beschadigde goed; een beschrijving van de ingestorte, verruïneerde of aan de andere kant beschadigde huizen; de kostenraming van de herstelwerkzaamheden. De boermeesters dienen zich te laten vergezellen van een kundige timmerman. Huizen met een kleine dakschade hoeven niet bij de inventarisatie te worden betrokken. De getroffen inwoners van het Ambt moeten de boermeesters ervan in kennis stellen of zij wel of geen financiële ondersteuning nodig hebben. Wanneer de schadelijsten zijn opgemaakt blijkt, dat het merendeel van de Liemerse bevolking “arm oder blutarm” is.

Babberich
In de dorpjes Babberich en Oud-Zevenaar trekken de boerrichters Derk Harmsen En Koendert Wassing samen met Bernd Ter Heerd, de timmerman, eropuit om de verwoestingen op papier te zetten.
Het achterhuis van Berend Kruitwagen is ingestort. De voor- en achtergevel van het huis van Bart Willemsen zijn eveneens ingestort. De achtergevel van het huis Het Uivernest van Derck Rutjes heeft de orkaan niet kunnen weerstaan. Daarbij is zelfs een koe gedood.
“Die Rutjes sind junge Leute die sich schon durch den Ankauf in Schulden gesetzt haben” noteren de boerrichters en daarmee ze willen aangeven dat het echtpaar financiële ondersteuning voor het herstel van de gevel behoeft.

Het huis van weduwe G de Ruiter is totaal verwoest. In de buurtschap Ooy valt de schade mee. Het nabijgelegen Groessen echter blijkt fors te zijn aangepakt door de monstrueuze wervelstorm. Het huis van L ten Haef heeft de storm niet overleefd. Bij Rick Grob is de schoorsteen van het dak gewaaid. Albertus Jacobs heeft geen kap meer op zijn huis. Gert van Gellecom, J. van Hummel en Jan Poll bezitten alleen nog maar een puinhoop.
De Husselarij geeft hetzelfde beeld te zien. Aangezien Peter van Dick, Geert Hugen, J. Welling, Arend Geurds en Gerd Wilmsen zichzelf financieel kunnen helpen, dienen ze de herstelkosten aan hun beschadigde huis zelf te betalen.
In Duiven tenslotte heeft het Godshuis te lijden gehad onder het duivelse geweld van de heidense weergoden Veel ruiten zijn gesneuveld. De weduwe Coendert Hermsen bezit na de novemberstorm geen huis meer. Dat lot is ook de huizen beschoren van Nol Derksen, Wilhelm van Kerkhof en Jan Janssen.

Geraadpleegde bronnen:
OAZ nr. 1410 gemeente Zevenaar
Privé archief Th. Goossen

Stormramp van 1925

Inleiding

Maandag 10 augustus 1925 zal in Oost-Nederland niet snel worden vergeten. Uitzonderlijke weeromstandigheden veroorzaakten een zware tornado die in de volksmond de ‘Cycloon van Borculo’ wordt genoemd. Volgens de daggegevens van de Klimatologische Dienst van het K.N.M.I. te De Bilt was het die dag gemiddeld 18,9°C. Nederland bevond zich aan de westflank van een langgerekte hogedrukzone die zich uitstrekte van Italië tot het noordwesten van Rusland. Aan de andere kant lag een lagedrukgebied met een kern ten zuidoosten van IJsland. In Nederland waaide tussen beiden systemen een zuidelijke wind, die warme en vochtige lucht het land inblies. Tegelijkertijd naderde vanuit het zuidwesten een koufront. De temperatuur in de Achterhoek liep hierdoor op tot boven de 30 °C. De hoge luchtvochtigheid maakte dat een benauwde en kleffe sfeer ontstond. In de loop van de middag kwam vanuit het zuidwesten het onweersfront binnen. Uiteindelijk zou in een brede strook vanaf Uden in Brabant tot in het Twentse Denekamp een spoor van vernielingen worden aangericht.

Schade in Didam

Ook in Didam raakten veel huizen en gebouwen beschadigd; vervolgens ging het verder over Kilder, Wehl, Velswijk, Zelhem, Ruurlo en de dorpskern van Borculo waar de meeste schade veroorzaakt werd. De materiële schade was anderhalf miljoen gulden. Er vielen ruim honderd gewonden en er waren drie doden te betreuren. In Didam trok de storm hoofdzakelijk over Oud- en Nieuw-Dijk. Het dagblad De Gelderlander van 11 augustus 1925 berichtte daarover het volgende:
"Maandagmiddag tusschen half zeven en zeven uur heerschte hier boven een gedeelte onzer parochie - ook in de buurt der kerk- een nooit gekend vreeselijk noodweer. Ouden van dagen herinnerden zich niet ooit zoo’n weer te hebben meegemaakt. Het begon met aanhoudend donderen, gevolgd door veel bliksem en wind, die later ontaardde in een verschrikkelijken orkaan. Het waaide, regende en stormde allervreeselijkst. Meerdere huizen en gebouwen zijn ingestort o.a. het R.K. Verenigingsgebouw. Tallooze boomen zijn ontworteld en afgeknapt, veel dak en schuuren vernield. Wie ’t niet gezien heeft, kan zich de verwoesting niet voorstellen. Gelukkig zijn geen menschenlevens te betreuren".
Op donderdag 13 augustus 1925 publiceerde De Gelderlander uit een ooggetuigeverslag citaten die de grote schade aangaven. Aan de telefoon werd op 10 augustus uit Didam het volgende gemeld: "Hedenavond heeft zich in de omgeving van Didam een noodweer ontlast, zooals zelden in ons land is voorgekomen. Tegen half zeven kwam de bui in het Zuiden aanzetten. Een hevig onweer, gepaard met slagregen, was de inleiding. Daarna kwam een stevige wind opzetten, die allengs in kracht toenam. Plotseling bemerkten de verschrikte bewoners van Didam, dat van de zuidzijde van den kant van de Babbericher Allee een hoos kwam aanzetten, een wervelwind, die met geweldige kracht alles wat hij op zijn weg tegenkwam in het rondsmeet. Veel bomen knapten als luciferhoutjes af en veel vee overleefde de ramp niet".
Een beknopt overzicht van de schade volgens De Gelderlander van 13 augustus: "Boerderij Veldhoeve van baron van Dorth tot Medler stortte geheel in elkaar; eenzelfde lot trof ook gedeeltelijk de boerderij van Wolsing. Het dak van café Ketels werd weggeblazen en het achterhuis moest het ook hier ontgelden. In de boerderij van landbouwer Hulsdonk sloeg de bliksem in en de bewoners konden zich met moeite redden. Hierna volgden de boerderijen van Loeters en de weduwe Raben. Grote schade werd ook gemeld aan de woningen van de families Vroon, Mennink en Thuss. Ook de landbouwschool in Didam werd zwaar beschadigd en de schutterstent in Nieuw-Dijk werd geheel verwoest".

Opmerking: Voor Hulsdonk te lezen Verhulsdonk en voor Vroon te lezen Froon.

 

De getroffen boerdeij van
Th. Rozijn, Smallestraat
(Uit Graafschapbode) Het vernielde verenigings-
gebouw aan de Smallestraat
(Uit Graafschapbode)


Hulpverlening

In het Albertusgebouw aan de Raadhuisstraat werd voor onderdak van de daklozen gezorgd. De commissaris van de koningin in Gelderland benoemde een comité tot steun aan de getroffenen van de stormramp. Daarin had ook de burgemeester van Didam, jhr. H.H.J.M. van de Poll, zitting.

Bronnen:
• Staring, Frans, Van bosmark tot kerkdorp, 75 jaar Nieuw-Dijk (Doesburg 1986)
• Internet: www.knmi.nl en www.weer.nl