van alle markten thuis

                  VAN
ALLE  MARKTEN THUIS

                                door

                  
Theo Goossen te Zevenaar en Hans 
Kooger te Arnhem

Het ontstaan van markten(1), vooral
in de steden, was sterk afhankelijk van goede water- en landwegen. De vestiging
van een permanente markt in garnizoensplaatsen werd ook voorafgegaan en
bevorderd door de handel in drank en spijs door marketentsters. Zoals gebeurde
in Zwolle, Deventer, Nijmegen, Maastricht, Leiden en Doesburg. De allereerste
markt in ons land is omstreeks 1040 in Zwolle gehouden. In de Middeleeuwen
trokken zout- en houtmarkten in Doesburg, Deventer en Zutphen veel kopers aan.
De naam Zoutmarkt bestaat nog onder meer in Leiden, Haarlem en Deventer.

In de elfde eeuw was er nog weinig negotie in Achterhoek en
Liemers. Pachters moesten ongeveer 35% van hun oogsten aan de adellijken en kerken
betalen. De rest van de oogstproducten ging op aan hun eigen gezinnen. Alleen
horigen van kastelen, havezaten en kloosters konden wat handel drijven. Zoals met zout (conserveringsmiddel) of met wijn voor priesters en
molenstenen, geliefd  bij ambachtslieden.

In de twaalfde eeuw
begon in Zutphen het marktwezen gestalte te krijgen en later in andere steden
en dorpen in de Achterhoek en Liemers. In Zutphen en Doetinchem werden al in de
13e eeuw jaarmarkten gehouden. (2)

Het begin

Markten ontstonden
tussen het eind van de 12e en het eind van de 15e eeuw in de volgende plaatsen:
Zutphen  1190; Lochem 1233; Doetinchem
1236; Doesburg 1237; Groenlo 1277:

Borculo 1375: Bergh
1379: Terborg 1419: Zevenaar 1487.

De handel in steden
kreeg vaak via week- en jaarmarkten een goede impuls. In Elten was in de 14e
eeuw de "dertiendag", de St.Vitusmarkt(3) gehouden van 10 tot 23 juni, zeer bekend.

Op twee dagen
voorafgaande aan de eerste marktdag werden ter markering aan de invalswegen
naar Elten houten kruisen geplaatst(4) Dat
was vanwege de marktvrijheid. Vreemde kooplieden konden namelijk op die
markten1, zonder aansprakelijk worden gesteld voor schulden van hun
stadgenoten, twee dagen ervoor en zes dagen na de markt, in alle vrijheid hun
waren verkopen. Behalve kooplieden trokken bedelmonniken, studenten,
muzikanten, zangers, wonderdokters, kwakzalvers, marskramers en scharenslijpers
naar drukbezochte jaarmarkten tussen Rijn en IJssel. Vrijwel iedereen was
welkom, behalve natuurlijk (in Zevenaar, Elten, Doetinchem en elders) zee- en
straatrovers, moordenaars, dieven en ander gespuis (5). De jaarmarkten vonden meestal plaats
tijdens  belangrijke lokale feestdagen:
van de patroonheilige of op het feest van de kerkwijding. Gedurende de  Tachtigjarige Oorlog  (1568-1648) in het Duitse gebied kregen
de  regionale handel en markten gevoelige
klappen. Voor de handel met verre buitenlanden en Hanzesteden elders in Europa
was ook niet veel overgebleven.

Zutphen

Vanaf  de 14e eeuw stimuleerden de landsheren
markten in Zutphen. In 1326 verwierf de stad het recht van een vrije markt op
St. Bartholomeus (apostel, feestdag 24 augustus). Een eeuw later schonk de
magistraat wegens achteruitgang van de stedelijk economie de gelegenheid tot
het opzetten van twee nieuwe markten. Door de eeuwen heen zorgden boeren voor
aanvoer van voedsel, grondstoffen en waren op de markt.

Zutphen kreeg in
1735 een visafslag op de "Bleyke aan de maespoort na het Vispoortjen"

(nabij  de Walburgkerk). Maar het liefst 38 soorten
zeebeesten werden met schuiten en karren aangevoerd, onder meer kabeljauw,
schelvis, tarbot, tong, rog, bot, schol, spiering, aa1, garnalen, zalm, elft en
andere riviervissen. Een uur voor de visafslag ging de stadsomroeper rond. De
vismarkt is diverse malen verplaatst, naar bijvoorbeeld de Rozengracht en voor
de laatste keer naar het terrein aan de Berkel bij de Barlheze. Het  complex leek een beetje op een
tentoonstellingspaviljoen. In 1927 verdween de visafslag uit de stad. De
visliefhebbers konden in de jaren twintig het zeebanket goedkoper bij
visventers en in winkels kopen dan op de 
vismarkt (6).

In de 18e eeuw kreeg
de veehandel het zwaar te verduren. In twee tijdvakken, namelijk tussen 1744 en
1745 en van 1768 tot 1784, viel de Achterhoek en Liemers en voor 80% in de rest
van Nederland de handel stil vanwege de veepest. In de Bataafs-Franse Tijd
(1795-1813) gaf  Lodewijk Napoleon,
koning van Holland, opdracht om zoveel mogelijk statische gegevens te
verzamelen (7)  De
handel en nijverheid  bleek "van
weinig beduidenis". Maar daarna bloeide het marktwezen weer op. In Hengelo
(Gld.) en Varsseveld werden de weinig 
markten uitgebreid; tegen het eind van de 18e eeuw verzochten de gemeentebesturen
van Hoog-Keppel en Bredevoort om markten te mogen houden.

19e eeuw

In Zevenaar kwamen
vanaf eind 1808 drie vette beestenmarkten van de grond (8). Zutphen spande de kroon in de periode
1810-1840 met gemiddeld 20 grote marktdagen per jaar. Op 27 april en 9 mei
traden imkers en boekhandelaren met hun producten aan, op 23 juni verkochten
kooplieden schoenen en laarzen, op 24 juni was de markt overdekt met wol en
omstreeks 5 november gakten de ganzen in hun kooien tegen de kijkers en kopers.

Koeien werden verkocht
in Emmerich en Bocholt, voor paarden gingen de boeren en handelaren naar
Hengelo (Gld.). Arnhem en Zutphen hadden belangrijke graanmarkten. De

veertiendaagse
biggenmarkt in Lochem was in de wijde omtrek bekend. Vooral veel

"keue-ronselaars"
uit Holten en Rijssen stonden daar met manden met biggen naast elkaar

hun beesten aan te
prijzen.

In 1865 bouwde
de  gemeente Zevenaar een Markthal, een
jaar na het instellen van een wekelijkse (op donderdag) koren- en groentemarkt.
De Markthal sneuvelde in 1955 onder de slopershamer.

Veemarkten te
Zevenaar werden doorgaans druk bezocht 
en in het midden van de 19e eeuw

verkochten de boeren
ruim 1100 stuks vee aan Pruisische kooplieden. Kleine boter- en
kippenhandelaren transporteerden hun waren per kruiwagen, hondenkar en later
met een huifkar naar markten in Arnhem, Doesburg, Zutphen en Deventer. De
boterboeren aten hun karnproducten niet zelf; zij gebruikten reuzel om te
bakken en braden en deden kaas op hun brood.

Paarden- en
kermismarkten

Hengelo (Gld.) is al
ruim 340 jaar bekend door zijn paarden- en kermismarkten, die tot op de dag van
vandaag floreren. Het dorp was sinds mensenheugenis ook bekend om zijn
jaarmarkten voor hennep. De eerste paardenmarkt dateert al uit 1638. Het
paardendorp houdt nog jaarlijks drie markten in de Spalstraat. In "De
Hietmaat" houden deskundigen zich met paardenkeuringen. De
stamboekkeuringen zijn bekend bij alle paardenliefhebbers. (9)

Over kermis en
andere markten gesproken. In 1832 werden in 19 plaatsen kermismarkten gehouden,
Aalten, Almen, Borculo, Bredevoort, Didam, Dinxperlo, Drempt, Gorssel, Haarlo,

Hummelo, Keppel,
Laren, Lichtenvoorde, Ruurlo, Silvolde, Terborg, Vierakker, Winterswijk en
Zutphen. Menig liefdespaar heeft elkaar op de kermismarkt ontmoet en is daarna
een d voor het leven aangegaan.(10) Op de kermismarkten
deden ambachtslieden uit eigen dorpen vaak goede zaken met hun zelfgemaakte
manden, kuipen, stoelen, zaaivaten, wannen en wat al niet. (11) De samenstellers van dit verhaal herinneren
zich de aanwezigheid op talloze gelegenheden - 
beurzen, volksfeesten, marktdagen, braderieën - van de geboren Didammer  Willem Hegeman (1890-1893), die in 1904 was
vertrokken naar  Vragender, en zich sinds
de jaren zestig tot een van de laatste, legendarische "openbare" bijen-,
moer- en schepkorvenvlechters ontwikkelde. (12)  Behalve Hengelo (Gld.) was Dinxperlo  heel lang bekend om zijn hennep(han'p) markt.
 De
kolken waar het gewas te rotten werd gelegd, zijn nog steeds terug te vinden.
Vooral touwslagers traden aan op de eerste herfstdag, op 21 september, om op de
markt hun basisproducten te kopen. Door import van bijvoorbeeld goedkopere
Oost-Europese hennep zijn de markten in Dinxperlo en Hengelo (Gld.) ingezakt en
omstreeks 1940 opgeheven. (13) Maar andere
hennepproducten bleven in de belangstelling;

vooral bij
Nederlandse koffie- shopeigenaren...

In 1847 achtte de
gouverneur van Gelderland het zijn plicht om de gewone jaarmarkten of  kermissen zoveel mogelijk in te perken
vanwege de algemene bittere armoede op het platteland, waaronder vooral de
keuterboeren en dagloners leden. Maar de boeren en kooplieden uit de Liemers en
Achterhoek trokken naar Emmerich en Bocholt om toch hun kostje op te halen. In
1998 was er nog alleen in Lichtenvoorde (in september) en Terborg

(begin oktober) een
onafgebroken traditie van 166 jaar van de combinatie kermis en markt.

In Eibergen en
Hengelo (Gld.) zijn eveneens nog kermismarkten.

Joden en
veemarkten

Diverse
marktcommissies in de Achterhoek, in Doetinchem, Dinxperlo en Gendringen bijvoorbeeld,
hielden al ruim honderd jaar geleden rekening met de orthodoxe, godsdienstige
opvattingen van de joodse veehandelaren (14).
Zo werd de Terborgse  jaarmarkt van 19
oktober 1910, die samenviel met het Loofhuttenfeest, een week vervroegd naar
woensdag 12 oktober (15).

Een commissie bereidde
in december 1880 de stichting voor van de "Vereeniging tot bevorderen van
het Marktwezen in de gemeente Stad-Doetinchem." De leden waren

H.Thomas (joods), C.
E. Coops, J. F. Enk, G.J. Horstink (president van het voorlopig bestuur),

A.D. Jongman, G.W.
Semmelink, W. Welling, F.H. Wigberink en H.J. Zadelhoff.

Koning Willem III
verleende op 11 juli 1881 de Doetinchemse markt bestaansrecht. Sinds 1881 werd
de varkensmarkt op het Simonsplein gehouden en vanaf 1908 was er een veemarkt
op  de 
Houtkamp. In mei 1931 vierde de marktvereniging haar vijftigjarig
jubileum. In de  grote zaal van de Sociëteit
trad een gezelschap op leiding van Lou Bandy. Het bestuur

recipieerde in Hotel
Boogman.

Doetinchem had in de
jaren dertig de grootste veemarkt van Gelderland. In 1947 stelde de gemeente
een weekmarkt in. De Commissaris van de Koningin opende in 1957 de Markthal,
gelegen naast het veemarktterrein (16).

In de periode tussen
de beide wereldoorlogen werden in Zelhem twee maal per jaar veemarkten
gehouden, namelijk op de derde maandag in maart en de tweede woensdag in mei.

Op die markten
verwisselden paarden, runderen, varkens, schapen, geiten en pluimvee na 't
gebruikelijke handjeklap van eigenaar (17).

De veemarkt in
Gendringen, gehouden op het eind van de 19e eeuw, genoot vel belangstelling uit
de omgeving. Zoals blijkt uit een verslag van 1882: "de op 31 oktober
gehouden veemarkt is uitmuntend geslaagd. Aangevoerd werden 178 runderen en 140
varkens. In het Logement van Mej. Avenarius vond de uitdeling van premies
plaats. Kopers van het grootste aantal vee waren: Meijer Fuldauer uit
Doetinchem met 15 stuks, gevolgd door Meijer Elkan te Dinslaken met 9 stuks,
Wolf Cohen te Anholt met 8 stuks en Salomon Gans uit Emmerich met 7stuks vee.
Na afloop werd door de aanwezigen een "Leve de Gendringsche markten"
en "Leve de marktcommissie" met enthousiasme aangeheven.(18)

Meesterverteller
H.W. Heuvel (19)
(1864-1926) schreef veel over de
markten in zijn geboorteplaats Laren. Over de Larense kermismarkt (de handel in
varkens was op 't Oude Kerkhof), gehouden op de eerste zondag in september,
vertelde hij onder meer: "Een jood vervloekt met de barste verwensingen
een boertje omdat hij zijn ongehoord bod niet aanneemt. Maar het manneke houdt
zich taai en "schuddekopt" al kauwend op een geduchte pruim, met
sluwe glimlach." De omstanders volgden met plezier dat spannende toneel,

tot de boer ineens
"geluk geeft". Meester Heuvel berichtte ook over de enige Larense
markt buiten de kermismarkt, namelijk op de laatste dag in februari, waar
bijvoorbeeld Bendelaar

(misschien was dat
Bendel, de zwerfjood uit de Liemers?) pekelharing met vlotte praatjes uitventte
en waar bij een paar kramen het pubkiek Borculose koek en dikke moppen, die
"Boksenknoöpe" werden genoemd kon kopen.

In het midden van de
jaren vijftig waren er nog florerende veemarkten in Aalten, Zeddam, Borculo,
Didam, Doesbug, Doetinchem, Eibergen, Groenlo, Hengelo (Gld.), Lichtenvoorde,

Neede, Terborg,
Varsseveld, Vorden, Wehl, Zelhem en Zevenaar. (20)

In 1999 wordt alleen
nog in Doetinchem een wekelijkse veemarkt gehouden. Voorts zijn nog
overgebleven in Hengelo (Gld.) de paardenmarkt in oktober, in Winterswijk op
koninginnedag kermis en paardenmarkt en in Groenlo in augustus een ponymarkt.
In Gendringen verkopen handelaren medio december nog ganzen.

Eén van de laatste
actieve joodse veehandelaren uit de Achterhoek was de Aaltenaar Izak David van
Gelder (1899-1984), die al in d jaren dertig naar veemarkten ging in Zutphen,
Zwolle en Doetinchem. Hij was ruim 70 jaar veehandelaar (21).  Waarschijnlijk was hij langer in zijn beroep werkzaam dan de creatieve
Leizer Levy uit Varsseveld, die in 1962 is gestorven en de bekende veekoopman
Bart (Sallie) Gans uit Zevenaar, die stokoud, in 1980 overleed.

De vee-, boter- en
warenmarkt in Lichtenvoorde, die al dateert van voor 1900, werd elke veertien
dagen gehouden. Bekende kooplieden waren de Arnhemse ijzerkerel met hamers,
nijptangen, enzovoort en de "dinsdagsjood" Heijmans uit Groenlo die
lappen verkocht.

Bestellingen konden
destijds in de loop van de week bij cafë Kruip worden afgehaald (22).

Veel Zutphense
handelaren, als Hanouer, Weijel, Dormits, Goldwerth en Philips dreven al vroeg
op donderdagmorgen hun koeien naar de Veemarkt in de Havenstraat. De kosjere
slagers uit Zutphen (Menk, Weijel, Hamburg, Koppel, Dormits) en omstreken
hadden de mooiste beesten voor het uitzoeken. Jacob Dormits uit de Barlheze
(waar van oudsher veel joden woonden) prees zijn producten (23) in advertenties op de volgende originele
wijze aan:

"Laat bloemen
uw tolk zijn en Dormits uw slager". Vele leden van voornoemde families
zouden in de oorlogsjaren worden weggesleept en niet meer terugeren.

Op de markt was
altijd wat te doen. Zo ontstond in mei 1905 op de Zevenaarse markt "een
vermakelijke vechtpartij van kinderen Israëls," zo stond te lezen in een
plaatselijk blad (24).

Het was op één van de drie voorjaarsmarkten,
waar gemiddeld zo'n 1000 stuks vee werden aangevoerd voor de handel. Dinie
Koman (25)  schreef in 1979 een aardig lang gedicht over de Zevenaarse runder- en
varkensmarkt (fragment):

 In mei wodt alles gruun

As de meimaond was gekommen

De natuur één bloemenzee

Kwame de handelaars en boere

Naar Zaender toe, met heel völ vee.

De koeie stonde dan aan touwe

Met de koppe naor mekaar

Ik kan mien dat nog goed herinnere

En ik vond 't heel erg naar

Op de markt stonde de varkes

En op 't Grieth dan nog de peerde,

De schaope, de hele ratteplan.

De koopluj met hun lere jasse

De portefeuilles vol me poen

Stonde de beeste dan te keure

Of ze de koop wel zolde doen

Met handgeklap en völ gepingel

Kwam eindelijk de koop tot stand

'n Borrel werd der op gedronke

            Zo ging 't vee van hand tot hand.

         De toekomst

De ontwikkeling van
de veehandel is sterk afhankelijk van het wel en wee in de agrarische sector.
Bijna 60% van het vee gaat rechtstreeks van de boer naar slachthuis. Zowel de
binnenlandse en buitenlandse aanvoer als ook de slacht van vee lopen echter
terug (26)

Gedurende de laatste
jaren stagneerde de aanvoer op de Nederlandse veemarkten. In 1997

werden 1,6 miljoen
runderen op Nederlandse veemarkten verhandeld, in 1998 waren dat nog geen 1,5
miljoen (27). In 1998 was de Bossche veemarkt de grootste
van het land.

Tien jaar later nam
Den Bosch de vierde plaats in op de ranglijst van vaderlandse beestenmarkten.
Leeuwarden, Utrecht en Groningen boeren beter.

De vooruitzichten
van de Doetinchemse veemarkt zijn niet erg rooskeurig. (28)  Zo werden in 1991 63000 runderen aangevoerd; in 1994 was dat aantal
geslonken tot 46.400 en in 1997 kwamen totaal 33.200 (afgeronde getallen)
runderen op de Doetinchemse veemarkt. Maar de Vereniging tot bevordering van
het marktwezen zoekt toch naar mogelijkheden om de handel draaiende te houden.
De kalvernegotie blijft gelukkig behoorlijk op peil en het bestuur van de
vereniging zal pogingen aanwenden om de veemarkt ook als toeristische attractie
( zoals bijvoorbeeld in Purmerend of Schagen) te promoten. W and nog altijd
komen Achterhoekse en

Liemerse mensen
graag naar de weekmarkten in bijvoorbeeld Zutphen, Doetinchem, Winterswijk of
Zevenaar. De (waren)marktklanten zouden best meer kennis kunnen maken met de
veehandel en alles wat daarbij hoort.

Zutphen kent een
ruim 800-jarige traditie van de donderdagse warenmarkt. Bovendien is er op
zaterdag een grote markt. Doetinchem heeft al 50 jaar een dinsdagse warenmarkt
(groente, fruit, zuivel en textiel), die naast de veemarkt ontstond. Winterwijk
trok al van oudsher handelaren en kooplustigen aan - van beide zijde van de
grens - op woensdag en zaterdag.

In Zevenaar was de
warenmarkt in de periode 1945-1970 naast het gemeentehuis. Daarna werd de markt
verplaatst naar de Markt. Maar in 1998 keerden de stalletjes terug op het

Raadhuisplein (29).

Literatuur en
bronnen.

Haccoü,
J. F. , Handel en marktwezen in goederen (Amsterdam 1948)

Slicher
van Bath, B.W., De agrarische geschiedenis van West-Europa, 500-1850

(Utrecht/
Antwerpen, Spectrum, 1961)

Roekel,
G.J. van, De Gelderse Achterhoek in de negentiende eeuw (Haarlem, Gottmer,
1972)

Heitling,
W. en I Lensen, Vijftig jaar volk langs de IJssel (Zutphen, Terra 1980)

Kisman,
A.K., Ik ging naar de markt en ik kocht een koe... (Doetinchem, Vereniging tot
bevordering van het marktwezen 1981)

Kar,
J van der. De geschiedenis van de markt- en straathandel (Amsterdam/Antwerpen, Kosmos
1982)

De
geschiedenis van Zutphen (Zutphen, De Walburg Pers, 1989)

1000
Jaar Achterhoek en Liemers, serie Acht lieve tijd, nr. 4 Handelaren (Zwolle,
Waanders, 1997

blz.
83-102)

Malestein, J. Van
marskramer tot supermarkt (Amsterdam, Versluys, z.j.)

Noten

1  woorden markt, market, marché, stammen af van
het Latijnse mercatus

2
De Graafschapbode, 20.8.1958

3
Feestdag van St. Vitus -een van de 14 noodhelpers- is op 15 juni.

4
Gies, L., Elten, land und Leute (Emmerich,Boss.1951)

5
Zevenaar,stad in de Liemers, Zutphen (De Walburg Pers, 1986; blz. 184  e.v.)

   Vos, J.G. Achter Rijn en IJssel, zwervend
door de Achterhoek en Liemers (Amsterdam,               

   Uitg. Holland 1957)

6
Kreijenbroek , J. , Bijna 200 jaar kende Zutphen een vismarkt, Jaarboek
Achterhoek en Liemers

   (1983) deel 6; blz. 62-70

7
In het Rijksarchief te Arnhem vormen de prima geïnventariseerde en toegankelijk
gemaakte

   Bataafs-Franse archieven een gedegen bron
voor onderzoekers.

8
RAG, register BFA 1795-1812, deel 3 betreffende de markten.

9
De Gelderlander, 30.9.1998

10
Krosenbrink, G,J.H., De Achterhoek in grootvaders tijd (Den Haag, Kruseman,
1975

11
De Liemers van Nol Tinneveld, Historische aantekeningen  (Nijmegen, Thoben, 1964)

12
Achterhoek Nieuws 15.2.1979; De Graafschapbode 4.8.1979; H. Blanken, Werk uit
"vrogger tied",

    oude ambachten uit Oost-Nederland
(Nijmegen, De Gelderlander, blz. 18-20) De Nieuwe Krant,

    25.5.1982 en De Gelderlander, 5.12.1982

13
De Graafschapbode, 2.9.1981; Dinxperlo 700 jaar, 1281-1981 (Dinxperlo, Heinen,
1981;

    blz. 192-193)

14
Konink, W.J. Israëlieten in Wisch, overgenomen uit de bevolkingsregisters van
1826 tot 1940

    (Varsseveld, 1987) markten, 3.7. 1906; nar.1103

15
RAG, GS, rubriek 25.022.106/1;5 RAG,
GS, rubriek 25.022.106/13.7. 1906; ingsregisters van 1826 tot 1940

en, 1964) en Liemers

 GA Wisch, notulen gemeenteraad; 31.8.1910; De
Graafschapbode

    5.10.1910

16
De geschiedenis van Doetinchem (Zutphen,1986; blz. 331-333 en 383-384)

17
RAG, GS, rubriek 25.022 108/1, markten te Zelhem (1912-1936)

18
De Graafschapbode, 4.11.1882                                                 
3

19
Heuvel, H.W., Achterhoeksch boerenleven. Het hele jaar rond (Deventer,
Ankh-Hermes,

     1973 (7e druk); BBL. 70 en 331)

20
Gelders Jaarboek (Arnhem, 1956; blz. 329-342 (markten en kermissen)

21 Honderd
jaar veemarkt Doetinchem, De Graafschapbode, 1881-1981 (bijlage), 14.4.1981;
blz.10

22
Lichtenvoorde in oude ansichten (Zaltbommel, Europese Bibliotheek, 1970; blz.
41)

23
Goorhuis, F.H., Het rijke joodse leven in Zutphen (Zutphen, 1995; blz. 6)

24
De Post, 10.5.1905

25
Liemers Lantaern, 9.5.1979

26
De Gelderlander, 9.1.1998

27
Groep Nederlandse Veemarkten, De Volkskrant, 9.1.1999

28
De Gelderlander, ed. Liemers, 25.11.1998

29
Oost Gelders Vizier, 2.9 1998